Ieder gelovig vogeltje zingt zoals het gebekt is

OuweneelEr wordt verteld dat, als een ober vroeger in het Tweede Kamergebouw naar een van de fracties ging, je dan aan de drankjes op zijn blad kon zien waarheen hij op weg was. Stonden er glazen met sherry op zijn blad, dan ging hij natuurlijk naar de VVD-fractie. Stonden er glazen bier op, dan was hij op weg naar de fractie van de KVP (voor de jongere lezers: Katholieke Volkspartij). Stonden er glaasjes jenever op, dan was het duidelijk dat hij naar de AR-fractie ging (Antirevolutionaire Partij). En stond er alleen limonade op zijn blad, dan ging hij natuurlijk naar de PvdA-fractie, want die bestond in die tijd geheel uit geheelonthouders.

Zo kun je hele groepen mensen aan bepaalde bijzondere kenmerken herkennen. Met christenen is dat net zo. Gaan de vrouwen zondags naar de kerk met een rok aan en een hoedje op, dan zijn ze natuurlijk bevindelijk-gereformeerd. Hebben ze een lange broek aan en geen hoedje op, dan zijn ze links-PKN of gereformeerd (-vrijgemaakt, Nederlands- of links-christelijk-) of evangelisch. Hebben ze een lange broek aan en tegelijk een hoedje op, dan heb je een goede kans dat ze naar een meer behoudende – maar ook weer niet zó behoudende – Vergadering van Gelovigen op weg zijn. Ik heb zulke zusters tenminste vaak gezien.

Als het alleen mannen zijn die je onderweg ziet, is het moeilijker uit te maken waarheen ze op weg zijn (hoewel een driedelig donker pak of een spijkerbroek-met-trui wel een indicatie geven). In dat geval zou je naar hun theologische taal kunnen vragen. Als ze het Onze Vader bij voorkeur in het Slavisch of het Grieks bidden, heb je natuurlijk met een oosters-orthodoxe christen te maken. Doen ze dat het liefst in het Latijn, dan heb je met een ouderwetse rooms-katholiek te maken. Maar pas op: ook gereformeerde theologen doorspekken hun taalgebruik graag met Latijn. Dat is nu eenmaal van oudsher de voertaal van westerse theologen, katholiek of protestant. Als je het over ‘voorbestemming' hebt, kijken sommige mensen je glazig aan. Maar als je dan over praedestinatio begint, halen ze verlicht adem en begrijpen ze je weer helemaal.

Het is een beetje als met de brandweerman in Bomans' Kopstukken. De journalist vraagt hem wat hij bij het blussen ‘met de huizen ernaast' doet. De brandweerman kijkt hem bevreemd aan, plotseling breekt de herkenning in zijn ogen door en roept hij: ‘Ah, u bedoelt de belendende percelen!'

Als theologen veel Duits in hun taal hebben zitten – woorden als Sitz im Leben of Selbstverständnis (van de Schrift) of kerygmatisch (nou ja, dat is meer Grieks) of Entmythologisierung – dan heb je een goede kans dat je met vrijzinnige christenen te maken hebt. Die oriënteren zich al twee eeuwen het liefst naar de Duitse theologie.

Kom je een prediker tegen die een Amerikaans accent heeft, terwijl je toch zeker weet dat het Nederlander is, dan heb je geheid met een pinkster- of charismatische prediker te maken. Het is volgens mij nu niet meer zo erg, maar in mijn jeugd telde je in die kringen geloof ik niet helemaal mee als je niet op z'n Amerikaans je ‘r' rolde. In wijdere zin kun je wel zeggen dat vooral jonge evangelische christenen, binnen of buiten de gevestigde kerken, het liefst in het Engels zingen.

Luister ook eens naar de gebeden. Ik weet wel dat dat een precaire aangelegenheid is, want wie wil er nu dat de luisteraars je publieke gebeden op een goudschaaltje wegen? Toch is het opmerkelijk: als de bidder alleen ‘He(e)re' zegt, is het absoluut een gereformeerde (in de wijdste zin van het woord). Zegt hij af en toe ook ‘Vader', dan is het een meer progressieve gereformeerde. Zegt hij (in dit geval moet ik zeggen: hij/zij) ‘Heer', dan is het geheid een evangelisch iemand. Gooit hij/zij ‘Vader' en ‘Heer' helemaal door elkaar, dan is het een slordige of weinig onderwezen evangelische (‘Vader, we danken U dat U voor ons aan het kruis gestorven bent' of ‘Heer Jezus, we danken U dat we uw kinderen mogen zijn'). Zegt hij/zij in zijn gebed gewoon ‘Jezus', dan is het wel een héél familiaire evangelische.

Nou ja, elk vogeltje zingt zoals het gebekt is.

Lees ook:Abdulwadûd is geschokt over christelijke visie op het Laatste Oordeel
Lees ook:Pleidooi voor de ‘ontmaskering van het (on)geloof van de ander’
Lees ook:91 procent Amerikanen zegt in God te geloven
Lees ook:71-jarig Lid Ku Klux Klan schuldig bevonden door jury
Lees ook:Hemelvaart, waarom hebben we ook al weer vrij?

5 reacties op “Ieder gelovig vogeltje zingt zoals het gebekt is

  1. Voorstopper

    Jonges, haal die bijna schermvullende reclame die heel irritant met je mee scrollt eens van je website af. Bah!

      /   Beantwoorden  / 
  2. Hanneke

    Haha…
    Maar ook als je een blik werpt op de combinatie van zangbundels, kun je iemand qua kerkgang aardig plaatsen.

    —-

    Een oude boer ging in het weekend naar de grote stad en bezocht daar een kerkdienst. Toen
    hij thuis kwam vroeg zijn vrouw hoe het was geweest. “Ja”, zei de boer, “goed. Een ding
    deden ze wel anders. Ze zongen opwekkingsliederen in plaats van gezangen.”
    “Opwekkingsliederen?” zei z’n vrouw. “wat zijn dat?”
    “O, ze zijn wel mooi. Het zijn een soort gezangen, maar dan anders”, zei de boer.
    “Wat is er anders aan?” vroeg zijn vrouw.
    De boer zei: “Nou kijk, als ik tegen jou zou zeggen: ‘Martha de koeien staan in het mais’ dan
    zou een opwekkingsnummer zijn:

    Martha, Martha, Martha o Martha,
    de koeien,
    de grote koeien,
    de bruine koeien,
    de zwarte koeien,
    de witte koeien,
    de zwart-witte koeien,
    alle koeien staan in het mais,
    staan in het mais,
    staan in het mais,
    het mais, het MAIS, het mais’

    en als ik dan de hele zaak een paar keer herhaal, dan heb je dus een
    opwekkingslied.”

    Een jongeman die pas christen was, ging meestal naar de plaatselijke
    evangeliegemeente. Op een zondag kwam hij een keer in een kleine dorpskerk. Toen hij
    thuis kwam vroeg zijn vrouw hoe het was geweest. “Ja”, zei de jongeman, “goed” Een ding
    deden ze wel anders. Ze zongen gezangen in plaats van de gebruikelijke
    opwekkingsliederen. “Gezangen?” zei zijn vrouw. “Wat zijn dat?” “O, ze zijn wel mooi. Het
    zijn een soort opwekkingsliederen maar dan anders.” zei de jongeman. “Wat is er dan anders
    aan?” vroeg zijn vrouw.
    De jongeman zei: “Nou kijk; als ik tegen jou zou zeggen ‘Martha, de koeien staan in het
    mais’, dan zou een psalm zijn:

    O Martha, dier’bre Martha, hoor mijn geroep.
    Neig uw oor tot de woorden van mijn mond.
    Wend uw gehele wonderbare oor tot de zuivere, heerlijke waarheid terstond.
    Want wie doorgrondt de weg der dieren?
    Bij hen is begrip noch verstand.
    Zij koesteren zich in Gods zon of regen
    in het zoete, bekoorlijke mais op het land.
    Deze mijne koeien hebben met weerspannig behagen
    hun ketenen afgeschud, versmaad hun warme stal.
    En gedreven door duistere machten die hen schagen
    zich tot het mais begeven – o lot, bitter dan gal!
    Hef daarom uw hoofd op,
    want die dag zal genaken
    dat alle schepselen leven in vrede en pais
    dan zal geen dier meer mijn ziel smart’lijk raken
    en zie ik geen smaad’lijke koeien in het mais.

      /   Beantwoorden  / 
  3. Truus Baaij

    In het klooster waar mijn zus verbleef, hing bovenaan de haltrap een kruistbeeld. Niets mis mee. Genoemd crucifix hing echter tussen twee toiletdeuren in. Met daarboven het opschrift:
    ” Vestig uw hoop op Mij.”

      /   Beantwoorden  / 
  4. F.Floor (61)

    Ja zoiets heb ik ooit zien hangen in de Onze lieve vrouweklooster aan de Waterstraat in Utrecht dus aan de Oudegracht en dat was inderdaad tussen 2 deuren. Ik was daar in 1963 in politietrui, om onderzoek te doen naar het gerucht dat sommige ouders hun kinderbijslag “aanvulden” met de somma van 1600 gulden per “exemplaar” dus een non van 15 jaar. Ik kijken. NOOIT, nee NOOIT zal ik die smachtende blik van dat meisje vergeten die me aankeek en op de vraag van de pastoor loog: “Nee hoor ik heb het prima naar mijn zin want ik ben nu in Jezus”. Die hele nacht kon ik er niet van slapen. Van die blik in haar ogen en de wallen onder haar ogen. Bewijzen konden we niks. Was het soms daar?

      /   Beantwoorden  / 
  5. F.Floor (61)

    Ja zoiets heb ik ooit zien hangen in de Onze lieve vrouweklooster aan de Waterstraat in Utrecht dus aan de Oudegracht en dat was inderdaad tussen 2 deuren. Ik was daar in 1963 in politietrui, om onderzoek te doen naar het gerucht dat sommige ouders hun kinderbijslag “aanvulden” met de somma van 1600 gulden per “exemplaar” dus een non van 15 jaar. Ik kijken. NOOIT, nee NOOIT zal ik die smachtende blik van dat meisje vergeten die me aankeek en op de vraag van de pastoor loog: “Nee hoor ik heb het prima naar mijn zin want ik ben nu in Jezus”. Die hele nacht kon ik er niet van slapen. Van die blik in haar ogen en de wallen onder haar ogen. Bewijzen konden we niks. Was het soms daar?

      /   Beantwoorden  / 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.